Skip to main content

Hoe gaat het met mij?

Hoe gaat het met mij?

Hoe je je voelt

Stress

Omgaan met emoties

Eenzaamheid

Bij lotgenotencontact begrepen mensen het als ik vroeg: Hoe vaak moéten jullie naar je ouders? Dat was heel fijn.

Schaamte

Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik misschien geadopteerd was, of dat mijn ouders niet echt mijn ouders waren. Ik voelde me zó anders. Toen ik lotgenoten tegenkwam, voelde ik zoveel herkenning. Ik was daar niet alleen in.

Zelfvertrouwen

Ik leerde mezelf gedrag en omgangsvormen aan door bij anderen af te kijken of te kopiëren. Zo probeerde ik goed genoeg te zijn en kon ik meekomen in de ‘normale’ wereld. Daardoor heb ik onvoldoende een eigen ‘ik’ ontwikkeld. Hier worstel ik als volwassene nog steeds mee.

Je schuldig voelen

Ik heb nooit echt houden-van gevoelens voor mijn moeder gehad, maar ik voel mij wel verantwoordelijk voor haar, ik wil haar niet afvallen en haar wel in haar waarde laten.

Wie ben ik?

Ik ben heel bang dat ik op mijn werk door de mand zal vallen en dat zal blijken dat ik ook een verstandelijke beperking heb. Alsof ik iedereen voor de gek houd.

Jij en jouw ouders

Grenzen aangeven

jonge vrouw en oudere man kijken samen naar een boek

Aandacht van je ouder

Soms voelt het alsof ik wees ben, alsof ik geen echte ouder heb gehad.

Zorgen voor je ouders

jongere vrouw slaat arm om oudere dame

Jij en jouw relaties

Vriendschap en relaties

Als je je thuis onveilig voelt kan je daar last van krijgen in het contact met anderen. Misschien ben je bang dat mensen je afwijzen, heb je moeite met anderen vertrouwen of vind je jezelf niet goed genoeg. Het kan er ook voor zorgen dat je het moeilijk vindt om je verbonden te voelen met iemand, of dat je bang bent dat iemand bij je weggaat. Deze gevoelens kunnen het opbouwen van een relatie in de weg staan. Hierover praten kan helpen om je open te stellen voor de ander.

Omdat ik als kind onveilig gehecht ben, merk ik dat verlatingsangst een rol speelt in relaties. Ik blijf vaak te lang in situaties, ook als deze niet meer bij mij passen, maar durf dat niet te veranderen. Daarmee doe ik mezelf vaak tekort.”

Zelf kinderen krijgen

Als je opgroeit bij een ouder met een verstandelijke beperking kan het lastig zijn om te bepalen of je zelf kinderen wilt. Dit kan komen doordat je niet altijd het goede voorbeeld hebt gekregen van jouw eigen ouder(s). Hierdoor weet je vooral op welke manier je de opvoeding niet wilt doen, maar heb je geen of weinig voorbeelden van hoe je het wél zou willen doen.

Het kan ook moeilijk zijn dat je niet zeker weet of jouw ouder je kan steunen als je zelf kinderen krijgt. Jouw kinderen missen hierdoor een opa- of omafiguur. De keuze om een gezin te starten kan daardoor extra verwarrend zijn. Hierover praten met lotgenoten kan helpen.